Een paar weken geleden vertelde ik over een onbehaaglijk gevoel dat ik overhield aan een bezoek van Stan. Een gevoel van onbehagen dat voortvloeide uit de onzekerheid die rond heel het gebeuren zweefde.  Een onzekerheid die, door het feit dat ik nog altijd een zekere genegenheid koester voor Stan, door mezelf gecreëerd was. Had ik niet onbezonnen gereageerd op zijn vraag?  Hield hij zijn beloftes?  Het leek niet die kant op te gaan…

“Foreboding”, of toch maar “Auspice”? (nadelig of voordelig voorteken?)

Die onzekerheid knaagt nog steeds, ondanks het feit dat ik morgen bezoek krijg van Stan.  Hij heeft verlof genomen, en zal een groot deel van de dag met mij doorbrengen… Daar kijk ik zeker naar uit, want – zoals ik al zei – ik heb nog steeds een boontje voor de jongeheer.

Het kereltje uit de foto hiernaast (genomen op 3 november 2004 als de timestamp correct is), is ondertussen een hele kerel geworden.  Als hij de aangename inborst van 2004 terug heeft – of krijgt – komt alles in orde 🙂